SAMBAL GORENG

Gebakken sambal. Smeuïg en krokant tegelijk. Een beetje zoet door het karamelliseren van de sjalotjes. De scherpte van de sambal kun je milder maken door rawits te vervangen door lomboks of zaadjes en zaadlijsten te verwijderen. De meeste Balinezen genieten van een scherpe variant. Wij hebben er in dit geval dan ook een pittige versie van gemaakt.

 

INGREDIËNTEN

9 sjalotten, 7 tenen knoflook, 3 lomboks, 7 rawits, 1 tl trassi, 1 tl zeezout, 60 ml arachideolie

BEREIDING

Verkruimel de trassi en meng met het zeezout. Pel en snipper de sjalotten en de knoflook. Snijd de lombok in de lengte doormidden en verwijder de zaadjes en de zaadlijsten. Snijd vervolgens dwars in dunne reepjes en snijd de rawits klein.

Verhit de olie in een wajan op halfhoog vuur. Roerbak de sjalot tot deze begint te kleuren. Voeg de knoflook toe en blijf ongeveer een minuut roerbakken tot ook de knoflook kleurt. Niet te lang of te hard, want de knoflook verbrandt snel.

Voeg de lombok en rawits toe. Blijf op hoog vuur een minuut roeren en voeg dan de trassi met zout toe. Roerbak het geheel nog een halve minuut tot de pepers glanzend en felrood zijn.

Laat de sambal uitlekken in een zeef en bewaar de olie om deze eventueel nog een keer te gebruiken.

Serveer de sambal in een klein schaaltje met een extra eetlepel goudbruin gebakken sjalotjes.

 

error: Content is protected !!